Verschillende afbeeldingen vragen om een verschillende aanpak. De S-Spline Max, S-Spline XL en S-Spline technieken bieden elk verscheidene voorgedefinieerde "instellingen". Deze zijn bedoeld als goede (gemiddelde) instellingen voor verschillende types afbeeldingen, zoals foto's of grafische afbeeldingen. Behalve de voorgedefinieerde instellingen biedt PhotoZoom Pro 4 ook geavanceerde gereedschappen waarmee u alle instellingen zelf naar smaak af kunt stemmen.
Hieronder worden alle afzonderlijke instellingen die u zelf kunt afstemmen toegelicht. Ook komen enkele gangbare problemen en oplossingen aan de orde (bijvoorbeeld: hoe om te gaan met JPEG-artefacten, die men regelmatig aangetreft in afbeeldingen afkomstig van het internet).
De "Filmkorrel" instelling voegt een delicate soort ruis toe aan de afbeelding, waardoor het een natuurlijker uiterlijk krijgt. Het geraffineerde type ruis dat de "Filmkorrel" instelling biedt is speciaal ontwikkeld om de S-Spline Max techniek aan te vullen. De ideale waarde varieert doorgaans tussen 10 en 30. Voor sommige afbeeldingen kan een hogere waarde wenselijk zijn, bijvoorbeeld bij foto's die veel kleine details bevatten (bijvoorbeeld: een ruimtelijke foto genomen in een bos). In uitzonderlijke gevallen zal een waarde lager dan 10 wenselijk zijn.
De "Artefacten reduceren" instelling onderdrukt JPEG-artefacten (ontstaan door compressie), ruis en overige storingen die aanwezig kunnen zijn in de originele afbeelding. Gebruik deze instelling alleen wanneer artefacten daadwerkelijk een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van de vergroting. Wanneer dit niet het geval is, is het beter om een instelling van 0 te gebruiken. Als de hoeveelheid artefacten laag is, dan ligt de ideale instelling waarschijnlijk tussen 10 en 30. Wanneer een afbeelding zware artefacten bevat, is het raadzaam om een hogere instelling te gebruiken, tot 100 voor zover nodig.
De "Scherpte" instelling bepaalt de globale scherpte van een afbeelding. Gewoonlijk worden de beste resultaten verkregen wanneer een hoge "Scherpte" instelling gebruikt wordt, met een waarde van 75 à 100. Een belangrijke uitzondering op deze regel wordt gevormd door afbeeldingen die ruis en JPEG-artefacten bevatten; zie de "Problemen & Oplossingen" sectie hieronder.
De "Kunstmatig Detail" instelling voegt filmruis toe aan de afbeelding, waardoor deze een natuurlijker en meer foto-realistisch (minder 'plastic') uiterlijk krijgt. De ideale waarde ligt doorgaans tussen 10 en 25. Voor sommige afbeeldingen kan een hogere waarde wenselijk zijn, bijvoorbeeld bij foto's die veel kleine details bevatten (bijvoorbeeld: een ruimtelijke foto genomen in een bos). Slechts in uitzonderlijke gevallen zou een waarde lager dan 10 wenselijk kunnen zijn.
De "Countouren Versterken" instelling accentueert scherpe randen (sterke kleurcontrasten). Een instelling van 75 of hoger werkt vooral goed bij het vergroten van grafische afbeeldingen en tekst. Bij foto's is het vaak beter om een lagere instelling te gebruiken (tussen de 0 en de 50, afhankelijk van het geval), anders gaat de foto er vaak 'plastic' uitzien. Slechts in sporadische gevallen heeft een foto baat bij een "Countouren Versterken" instelling van hoger dan 50.
In plaats van scherpe randen richt de "Detail Versterken" instelling zich juist op het accentueren van de fijnere details (zwakke kleurcontrasten). Door een hoge "Detail Versterken" instelling te gebruiken wordt er meer nadruk gelegd op de subtiele of vage details in de vergroting. Doorgaans ligt de ideale "Detail Versterken" instelling ergens tussen 0 en 60. Een hogere instelling levert vaak 'plastic' resultaten op, al zijn er zeker uitzonderingen.
De "Intensiteit" instelling bepaalt de sterkte van de verscherping.
De "Straal" instelling bepaalt de grootte van het gebied rondom de pixels, dat wordt meegewogen in het verscherpingsproces.
Wanneer afbeeldingen ruis en/of JPEG compressie-artefacten bevatten (iets wat bijvoorbeeld vaak het geval is bij plaatjes afkomstig van het internet), dan kan dit een zeer negatieve invloed hebben op de kwaliteit van de vergroting. Als de storingen dermate zichtbaar worden dat ze de kwaliteit van de afbeelding bederven, probeer dan eens de voorgedefinieerde S-Spline Max instelling genaamd "Verwijder JPEG-artefacten - Licht". Mocht deze instelling de storingen niet afdoende onderdrukken, probeer dan de "Middel" of "Zwaar" varianten. U kunt de voorgedefinieerde instellingen ook als uitgangspunt gebruiken, en van daaruit de S-Spline Max instellingen (Scherpte, Filmkorrel en Artefacten reduceren) handmatig aanpassen om zodoende uw eigen instellingen te creëren.
Wanneer een vergrotingsresultaat er naar uw smaak te plastic uitziet, is het raadzaam de instellingen als volgt aan te passen: